|
Het uitgangspunt voor toelating en plaatsing is het advies van de basisschool. Dit moet ondersteund worden door een tweede gegeven. Meestal is dit de uitslag van de Cito-toets. De door ons gehanteerde normen zien er als volgt uit:
Vwo:
Vwo-advies plus een Citoscore van tenminste 544 (541 – 543 overleggebied) of een Nio-uitslag van tenminste 114 (109 – 113 overleggebied)
Havo:
Havo-advies plus een Citoscore van tenminste 538 (535 – 537 overleggebied) of een Nio-uitslag van tenminste 105 (102 – 104 overleggebied)
Mavo:
Mavo-advies plus een Citoscore van tenminste 532 (529 – 531 overleggebied) (527 – 528 aanvullend onderzoek) of een Nio-uitslag van tenminste 97 (94 – 96 overleggebied)
Junior Studiehuis Vwo/Havo:
Vwo of Havo-advies plus een Citoscore van tenminste 538 (overleggebied 535 – 537) of een Nio-uitslag van tenminste 105 (overleggebied 102 – 104) Er wordt met alle leerlingen voor het Junior Studiehuis een intakegesprek gehouden.
Tweetalig Vwo:
Vwo-advies plus een Citoscore van tenminste 544 (541 – 543 overleggebied) of een Nio-uitslag van tenminste 114 (109 – 113 overleggebied) en een positieve aanbeveling van de basisschool. Er wordt met alle leerlingen voor de tweetalige afdeling een intakegesprek gehouden.
|
|
Laatst bijgewerkt op ( maandag 31 oktober 2011 )
|