|
Begeleiding door de docent
Iedere vakdocent bewaakt de vorderingen van de individuele leerling. Hij houdt daar een eigen administratie van bij en hij tekent af in de studiewijzer van de leerling. De docent streeft ernaar zoveel mogelijk een-op-een gesprekken te voeren. Tijdens deze gesprekken mag de leerling van de docent begeleiding verwachten op vakinhoudelijk gebied. Daarnaast zal de docent zelfreflectie bij de leerling stimuleren en hem helpen bij eventuele problemen. De studiewijzer biedt ruimte voor opmerkingen en/of afspraken. De vakdocent bewaakt het tempo van de leerling. Een leerling die het tempo van de tempometer niet kan bijhouden, verdient extra aandacht. Zo kan een leerling bijvoorbeeld tijdens het KWT-uur (keuzewerktijd) aan het desbetreffende vak werken. Ook kan de docent de leerling adviseren thuis extra aan zijn vak te werken. Mocht de leerling ondanks deze inspanningen van de vakdocent te veel achter lopen, dan spreekt de docent met de leerling een traject af. Zie hiervoor Traject.
Begeleiding door de mentor
De mentor bouwt een vertrouwensrelatie met de leerling op en is het eerste aanspreekpunt voor zowel de leerling als de ouders. De mentor wordt bij studie- of tempoproblemen ingelicht door de vakdocent. In de eerste klas besteedt de mentor tijdens de mentorlessen vooral aandacht aan het groepsproces. In de tweede en derde klas spelen determinatie en keuzebegeleiding een belangrijke rol. In alle klassen geldt dat de begeleiding door de mentor in de eerste plaats gericht is op de individuele begeleiding van de leerlingen; de studievorderingen, resultaten en het welbevinden zijn de uitgangspunten.
|
|
Laatst bijgewerkt op ( maandag 31 oktober 2011 )
|